Museum in beweging
Terwijl de collectie oude en moderne kunst van Vlaanderen terugkeert naar het gerenoveerde KMSKA (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen), maakt de Vlaamse Gemeenschap zich op voor een tweede infrastructurele sprong voorwaarts die het museumlandschap verder naar een internationaal niveau tilt. Het regeerakkoord voorziet een nieuw gebouw voor het M HKA, waar ook de collectie hedendaagse kunst permanent zichtbaar zal worden binnen een consistent verhaal.
Parallel aan dit infrastructuurtraject begint het M HKA met de voorbereiding van een inhoudelijke sprong. We nemen de feestelijke opening van onze zusterinstelling als symbolisch startpunt voor onze toekomstige uitdagingen. De artistieke- en collectieteams van het M HKA selecteerden samen twee dozijn kunstenaars die volgens hen deel zouden kunnen uitmaken van onze referentiekaders. Sommigen zijn al kernkunstenaars binnen de collectie, anderen zijn kunstenaars die het museum graag in de collectie wil opnemen. Veel van de met het M HKA verbonden namen komen hier niet aan bod, omdat ze al een wezenlijk deel uitmaken van het referentiekader. De presentatie biedt zo 24 mogelijke stukken van een toekomstige puzzel, 24 internationale sleutelkunstenaars die later in het nieuwe hedendaagse kunstmuseum gepresenteerd kunnen worden, en de ambities op langere termijn weerspiegelen.
Museum in beweging kondigt hiermee een nieuw hoofdstuk aan voor de toekomst. De presentatie is vernoemd naar het gelijknamige boek dat handelt over de praktijk van musea voor hedendaagse kunst, dat is immers de specifieke uitdaging die zich nu stelt. Het M HKA zal zijn historiografie parallel aan het bouwproces verder onderzoeken. Gepresenteerd over twee verdiepingen, pakt het M HKA uit met een eerste indicatieve aanzet, een oefening tot reflectie die zal verdergroeien met de vorm van het museum, gebouw en de toekomst van zijn collectie.
Met: Etel Adnan, Marcel Broodthaers, Lili Dujourie, Marlene Dumas, Jimmie Durham, Andrea Fraser, Yang Fudong, Shilpa Gupta, Dorothy Iannone, Ilya & Emilia Kabakov, Nikita Kadan, Yayoi Kusama, Taus Makhacheva, Gordon Matta-Clark, Hana Miletić, Laure Prouvost, Walter Swennen, Jos de Gruyter & Harald Thys, Otobong Nkanga, Nicola L, Anne-Mie Van Kerckhoven, Allan Sekula, Nicolás Uriburu, Haegue Yang.
Klik hier om de tentoonstelling virtueel te bekijken.
Items
7000 eiken (Beuys & Uriburu), 1982
Prentkaart, Produktion der FREE INTERNATIONAL UNIVERSITY - FIU, Nr. 13 Magdalena Broska (Foto)
Als kunstenaar uit Latijns-Amerika was Uriburu altijd gevoelig voor de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in onderontwikkelde landen ten behoeve van gunstige economische betrekkingen met rijke landen. Met zijn 'kleuringen' wil hij mensen de ogen openen, hij gebruikt massabijeenkomsten van de kunstwereld voor zichtbaarheid en schuwt geen samenwerkingen met milieuorganisaties zoals Greenpeace of met de eerste "Groene" politieke partijen. In 1981 kleurt hij samen met Joseph Beuys het water van de Rijn. De actie maakte deel uit van een nationale dag van protest tegen vervuiling, georganiseerd door de Groene Partij. Het jaar daarop nodigt Beuys de kunstenaar uit om samen met hem 7000 eiken te planten in Kassel ter gelegenheid van Documenta 7.
Bad Brains at CBGB: My Picture in your Movie Baby, 1980
Bad Brains at CBGB: My Picture in your Movie Baby is een documentaire over de Washington DC punk band Bad Brains. Nicola heeft haar acties op straat van bij het begin geregistreerd op super 8 film, hierop zien we voornamelijk de Pénétrables (canvassen waar je hoofd, armen en benen kan in steken) wandelen over straat, doorheen een museum of een maaltijd genieten in de Brusselse metro. Le manteau pour onze personnes of The Red Coat For 11 People of Same Skin For Everybody wordt doorheen de jaren zeventig op verschillende locaties opgevoerd en geregistreerd. In 1980 waagt Nicola zich aan haar eerste documentaire film over de punk band Bad Brains. Later maakt ze een docu maken over de anarchistisch anti-oorlogs-activist Abbie Hoffman waarin zijn eerste interview wordt vastgelegd na zeven jaar schuilen. In 2014 verschijnt Doors Ajar at the Chelsea Hotel over New York's meest beroemde bohemien/ rock/ punk hol waar Nicola L zelf gewoond heeft van 1979 tot de sluiting in 2011.
Basta de contaminar (Stop Polluting), 1999
Nicolas Uriburu is de enige kunstenaar die heeft samengewerkt met Greenpeace. Zij delen de zorg om ecologisch onrecht zichtbaar te maken en delen ook de methode van hun acties uit te voeren in de openbare ruimte zonder toestemming. Eerder dan onderzoek en lobbying zijn ze sterk beeldgericht. Waar Greenpeace begon in 1971, besloot de kunstenaar al in 1968 het Canal Grande in Venetië in te kleuren.
Antropomorfe zitbank bestaande uit een zitting en negen elementen: één kussen in de vorm van een hoofd, twee armen, twee handen, twee benen en twee voeten. Polyutheraanschuim (PUR) bekleed met een vinylhoes (PVC); de haren van het hoofdkussen zijn in kunstbont uitgevoerd.
De film Le Corbeau et le Renard werd gemaakt voor EXPRMNTL 4, Knokke (1967). De jury weerhield de film van Broodthaers echter niet voor de wedstrijd, omdat het werk niet voldeed aan de definitie van film. Namelijk projectie van beelden op wit doek. Het doek dat Broodthaers had voorzien was bedrukt met tekst. Isi Fiszman zorgde ervoor dat de film werd vertoond in een café en op hotelkamers, december 1967.
Le Corbeau et le Renard, 1967-68 (nummers 1/40-7/40)
- een houten doos bedekt met fotografisch doek, 6 × 78.5 × 56.5 cm;
- typografie op karton “Le Corbeau et le Renard…”, 54.3 × 76 cm;
- typografie op karton en collage “le D est plus grand que le T”, 54.3 × 76 cm;
- een dubbelzijdig fotografisch doek, recto: “L’homme de Lettres…”, verso: “Bouteille de lait”, 75.5 × 54.2 cm;
- fotografisch doek (beeld van “Casserole de Moules”) op groen vilt, 75.5 × 43 cm;
- twee kartonnen staven bedekt met fotografisch doek, 27 × Ø 2 cm;
- een tinnen filmdoos waarvan de bodem is bedekt met groen vilt 3 × Ø 19 cm;
- 2 projectieschermen: een houten scherm bedekt met fotografisch doek, 61 × 80 × 4.5 cm, en een oprolbaar scherm in fotografisch doek, 97 × 129.5 cm
Uitgave Wide White Space Gallery. Oplage : 7 ex.
Le Corbeau et le Renard, 1972 (nummers 8/40-40/40)
- een kartonnen map met een portret van Jean de La Fontaine op de voorkant, 80 × 60 × 1.2 cm;
- typografie op karton ‘Le Corbeau et le Renard…’, 54.3 × 76 cm;
- typografie op karton en collage ‘le D est plus grand que le T’, 54.3 × 76 cm;
- een fotografisch doek met Marcel Broodthaers die ‘Le Corbeau et le Renard’ schrijft, 75.5 × 54.2 cm;
- een fotografisch doek met ‘Bouteille de lait’, 54.2 × 75.5 cm;
- een fotografisch doek met ‘L’homme de Lettres’, 75.5 × 54.2 cm;
- 2 projectieschermen: een houten scherm bedekt met fotografisch doek, 61 × 80 × 4.5 cm, en een oprolbaar scherm in fotografisch doek, 97 × 129.5 × 2 cm;
- projectie van 16 mm kleurenfilm, 7’, 3 × ø 19 cm
Uitgave Wide White Space Gallery. Oplage : 33 ex.
In 1972 wordt onder minister van Cultuur Frans Van Mechelen, het Masereelcentrum opgericht. Iets later is Jef Geys medeoprichter en artistiek coördinator van de Vrienden. Hij beslist om voor één van de eerste premies aan Broodthaers te vragen een prent te ontwerpen en vertrekt naar Kassel (waar Broodthaers op dat moment verblijft voor Documenta). Broodthaers geeft hem een brief mee met de opdracht er een collage van te maken en hem de proefdrukken te komen tonen in Londen. Daar werden vervolgens een aantal dingen doorstreept. En zo ontstaat de prent.
Van de prent is een doorstreepte en een niet-doorstreepte versie. De brief is gericht aan Marcel afkomstig van een zekere Pierre van Osselaere en bestaat uit een defaitistisch poëtische boodschap en twaalf postzegels waarop een arend staat afgebeeld.
Dit werk maakt deel uit van de reeks Materials (2015 - doorlopend). Ronddolend door steden die vaak verbonden zijn aan de plaats waar ze zal tentoonstellen, documenteert Miletić hertstellingen of ingrepen die zijn aangebracht in het stadsweefsel. Dit resulteert in een verzameling foto’s van delen van gebouwen of stedelijke artefacten die tijdelijk zijn verborgen, beschermd of gerepareerd met tape, stoffen, spandoeken of dekzeilen. Haar geweven textiel modelleert ze vervolgend op deze foto's.
Dit werk maakt deel uit van de reeks Materials (2015 - doorlopend). Ronddolend door steden die vaak verbonden zijn aan de plaats waar ze zal tentoonstellen, documenteert Miletić hertstellingen of ingrepen die zijn aangebracht in het stadsweefsel. Dit resulteert in een verzameling foto’s van delen van gebouwen of stedelijke artefacten die tijdelijk zijn verborgen, beschermd of gerepareerd met tape, stoffen, spandoeken of dekzeilen. Haar geweven textiel modelleert ze vervolgend op deze foto's.
Museum in motion? - Museum in beweging?, 1979
C. Blotkamp (et al., red.), Museum in Motion? The modern art museum at issue/Museum in Beweging? Het museum voor moderne kunst ter diskussie, Government Publishing Office/Staatsuitgeverij Den Haag 1979
Na het afscheid van Jean Leering als directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven (1964-‘73) neemt verzamelaar Martin Visser het initiatief diens werk te documenteren. Uiteindelijk wordt het veel meer dan een terugblik op tien jaar museumdirecteurschap in Eindhoven. Verschillende essays van museummedewerkers, kunstenaars, critici en theoretici resulteren in een uitgebreide mix van institutionele kritiek, aangevuld met historische documenten en kunstgerelateerde statements. Museum in Motion documenteert een opstoot van energie.
Wanneer Nicola L. in 1969 de Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers ontmoet, neemt hij haar mee naar de fabrikant waar hij een jaar voordien was begonnen met de productie van zijn thermogevormde plastic platen of poèmes industriels. Daar zal Nicola L. haar eerste ontwerpen in plastic laten vervaardigen: een plastic plaat met de woorden "Same skin for everybody" en de twee staande lampen The Eye Lamp en The Lips.
Rhein Water Poluted (sic), 1981
Als kunstenaar uit Latijns-Amerika was Uriburu altijd gevoelig voor de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in onderontwikkelde landen ten behoeve van gunstige economische betrekkingen met rijke landen. Met zijn 'kleuringen' wil hij mensen de ogen openen, hij gebruikt massabijeenkomsten van de kunstwereld voor zichtbaarheid en schuwt geen samenwerkingen met milieuorganisaties zoals Greenpeace of met de eerste "Groene" politieke partijen. In 1981 kleurt hij samen met Joseph Beuys het water van de Rijn. De actie maakte deel uit van een nationale dag van protest tegen vervuiling, georganiseerd door de Groene Partij. Het jaar daarop nodigt Beuys de kunstenaar uit om samen met hem 7000 eiken te planten in Kassel ter gelegenheid van Documenta 7.
Silence maakt deel uit van een reeks banners waarmee Nicola L. de straat op trok. Ze werden voor het eerst tentoongesteld op de tentoonstelling Je/Nous.Wij/Ik van 23 mei tot 13 juli 1975 in het Museum van Elsene in Brussel, waar werken werden verzameld die de gespannen relatie tussen het individu en de samenleving verbeelden. De tentoonstelling was bedoeld om het linkse tijdschrift Pour van Isi Fiszman en Jean-Claude Garot van het faillissement te redden. Nicola L. plaatste vier banners in de kelder op twee palen, als voor een demonstratie, met volgende tekst: wij willen zien, wij willen horen, wij willen voelen, wij willen aanraken.
Later werd deze banner ook getoond op haar retrospectieve tentoonstelling in het ICC (1976) en tijdens een groepstentoonstelling in het MUHKA (Woord en Beeld in de Belgische Kunst, 27 juni - 15 november 1992). Dit werk is afkomstig uit de collectie van Flor Bex en Lieve De Deyne.
Tapis gris pour cinq personnes (The Rug For Five People), 1975
Tapis gris pour cinq personnes werd voor het eerst geactiveerd tijdens "SaltoArte", de performatieve openingsavond van de tentoonstelling "Je/Nous.Wij/Ik" (Museum van Elsene, Brussel, 23 mei – 13 juli 1975). Op deze groepstentoonstelling werden twee werken van Nicola getoond; La Chambre en Fourrure, dat voor het eerst getoond werd in 1970 in de Galleria Apollinaire te Milano, en in de kelder heeft Nicola vier spandoeken op twee palen gezet, als voor een demonstratie. Op de doeken staat telkens een zin: Nous voulons voir [wij willen zien], Nous voulons sentir [wij willen ruiken], Nous voulons entendre [wij willen horen], Nous voulons toucher [wij willen aanraken]. De gestileerde hoofden lijken hun boodschap te willen overbrengen door zich met veel moeite door het doek te wurmen.
Vanaf eind jaren zestig legt Nicola L. zich toe op een reeks van zogenaamde ‘pénétrables’: rechthoeken van gespannen canvas waarin deelnemers hun armen, benen en hoofd kunnen steken om letterlijk door te dringen in het schilderij en één te worden met de kunst. Ze gebruikt de structurele elementen van traditionele schilderkunst om de beperkingen van het voor haar passieve medium te onderzoeken. De monochrome doeken zijn beschreven met natuurlijke elementen zoals aarde, wolk, bloem, hemel, bos.
Nicola L. verwerft bekendheid om haar geestige, antropomorfe sculpturen die (delen van) het vrouwelijke lichaam versmelten met meubilair, zoals The Giant Foot (1967) waarmee ze de objectivering van vrouwen materialiseert en het sociale stereotype van de vrouwelijke verzorger parodieert. De tot mensenhoogte uitvergrootte voet uit vinyl kon dienst doen als sofa. Nicola L. noemt haar sculpturen dan ook 'functionele kunst'.
The Rebelión, Antagonism between Nature and Civilization (Green series), Paris, 1973, 1973
Naar analogie met de toen in zwang geraakte Black Power breekt Uriburu een lans voor de Green Power. De vuist is een algemeen symbool van opstand tegen onderdrukking en werd waarschijnlijk voor het eerst als dusdanig verbeeld door de Franse kunstenaar Honoré Daumier in zijn 'De Opstand' uit 1848; in het midden van het schilderij staat een man met opgestroopte mouwen en een gebalde vuist. De iconische rode vuist is later internationaal gebruikt voor verschillende sociale tendensen.
The Spectators / Глядачі, 2016
The Spectators is een portrettenreeks van ‘publieke vijanden’ uit de voormalige Oezbeekse Socialistische Sovjetrepubliek in de jaren dertig.