Chris Reinecke - Haben Sie Zeit zum Lesen?
Bij een museumbezoek begin jaren zeventig werd Chris Reinecke ervan verdacht het gebouw in brand te willen steken. Zoals gewoonlijk had ze levertraan bij, een vitamine supplement. Men dacht dat het petroleum was! Na het optreden van de terreurgroep RAF (Rote Armee Fraktion) ontstond er een wantrouwen tegenover geëngageerde kunst. Reinecke verbeeldt, misschien beter dan wie dan ook uit die periode, het ethische dilemma van een individu dat verscheurd wordt tussen kunst en activisme.
“Ik ben een Indiër, ik ben een Vietnamees, ik ben een Duitse en Chris Reinecke”
Chris Reinecke (°1936, Potsdam)
In 1961 studeert Chris Reinecke af aan de École nationale supérieure des beaux-arts te Parijs. Daarna trekt ze naar de Kunstacademie in Düsseldorf waar ze tot 1965 haar studies verderzet in het atelier van Gerhard Hoehme; waar op dat moment ook Sigmar Polke, Gerhard Richter en Franz Erhard Walther in de leer zijn.
Via haar toenmalige echtgenoot, Jörg Immendorff leert Reinecke Joseph Beuys kennen. Ze vond het vreemd dat hij les gaf in militair kostuum en met zijn leerlingen oorlogsgewijs afzakte in de kelder om Schnaps te drinken. Het was een verwarrende periode. Terwijl de RAF zich bewapent, leert Reinecke vrouwen solderen en mannen haken. Reinecke hecht geen geloof aan aura of genie. Met haar speels gebruik van banale huishoudmaterialen begint ze te morrelen aan de gangbare morele codes op zowel het gebied van gender als die van de relatie tussen kunst en publiek. De fenomenologie, de positiebepaling van mensen en dingen, loopt als een rode draad doorheen Reinecke’s oeuvre en sluit nauw aan bij haar kritische bevraging van de positie van de kunstenaar en kunst in de maatschappij.
Nadat een plaatselijke conservatieve politicus zich liet ontvallen om ‘gewoon zelf je huizen te bouwen’ trekt ze haar conclusies. Kunst staat machteloos tegenover de politieke realiteit. Ze sluit zich aan bij de Mietersolidarität (solidariteit met huurders) en beantwoordt het algemene cynisme met op Mayakowski’s Rosta’s geïnspireerde affiches met, onder andere, een ontwerp voor mobiele woonunits. Met wol en haaknaald maakt ze een cocon dat je tussen twee lantaarnpalen kan hangen. Daarnaast ontwerpt ze ook een éénpersoonscabine op wielen. “Dit helpt iedereen - jij hebt je huis en anderen hebben hun rust!”
Een belangrijk begrip voor Reinecke is ‘veranderbaarheid’. Ze is niet geïnteresseerd in kunst die de status quo – noch haar eigen oeuvre – legitimeert om de heersende omstandigheden te bestendigen, maar in kunst die invloed kan uitoefenen op bestaande sociale structuren. In een periode van slechts vijf jaar ontwikkelt Reinecke vanuit een genadeloze zelfkritiek een oeuvre dat in snel tempo de opgedane inzichten verwerkt beginnend bij de verruimtelijking van de schilderkunst, over participatieve objecten en installaties, acties, lesgeven en sociale kritiek.
Alhoewel ze de kunst even links liet liggen, nam ze de draad terug op in de jaren tachtig. Kunst is voor Reinecke geen moraliserend vingertje, maar een agiterende vuurmuis die een krachtige rol kan spelen naast de economie, de politiek en de media.
Met speciale dank aan Chris Reinecke en Sebastian Schemann. Voor Chris Reinecke, voor Isi Fiszman – voor, niet tegen. Met de groeten van Lotte Beckwé
Klik hier om het 3D-bestand van de tentoonstelling te bekijken.
Items
Tegen het einde van haar studies in 1965 maakt Chris Reinecke werken die zich veelal concentreren op de weergave van eenvoudige voorwerpen - zoals een appel, een theepot, een fauteuil - en hun ruimtelijke uitbreiding door schaduwen. Ze verlaat het tweedimensionale oppervlak van het doek en verkent de relatie tussen het object en de ruimte eromheen. Deze fenomenologische insteek (waar ze in Parijs zonder twijfel mee in aanraking kwam als erfenis van het surrealisme) zal in haar later werk een meer directe sociaal-maatschappelijke invulling krijgen.
Interview met Chris Reinecke in het tijdschrift Alarm, Nr.2, Mietersolidarität, 1970
Tegen 1968 maakt Reinecke geen ‘werken’ meer, maar tekeningen en tekst op papier die ze ook wel ‘Appetizers’ [hors-d’œuvre] noemt, en die gratis worden uitgedeeld aan belangstellenden in de LIDL ruimte of tijdens acties. Zoals toen gebruikelijk was onder politiek activistische studenten, zal ze vanaf dan altijd een ‘transporttas’ bij hebben om haar ‘werk’ als pamfletten te verspreiden.
Baut Euch Eure Häuser selbst (Selbsthilfe Wöhnen), 1970
Affiches (Schaufensterplakate) als reactie op een uitspraak van een stadsafgevaardigde tijdens de gemeenteraad van juni 1970.
Als protest tegen de traditionele definitie van auteurschap doet Chris Reinecke een poging tot een interactieve aanpak met de kauwgombeelden. De bezoeker wordt uitgenodigd zijn of haar kauwgom over een tentoongestelde afbeelding te kleven, in dit geval Dom van Keulen.
Female doing, Male doing - Ich zeige Frauen das Löten, ich zeige Männern das Häkeln, 1969
Foto's van happening, Lidl-Akademie, Greifweg, Düsseldorf-Oberkassel. In haar acties denkt Chris Reinecke na over ideale schoonheid, over hoe vrouwen eruit zouden moeten zien (alter ego Minna Beuff), en ze hield seminaries waar ze mannen leerde haken en vrouwen leerde solderen. De rolomkering als een doorbreking van sociale opvoedingspatronen hangt nauw samen met Reinecke's analyse van arbeid en de genderspecifieke definitie daarvan.
Feuer-maus / Feuer-transport , 1970
Schaufenster-Plakat (etalage affiches) rond het thema vuur-muis / vuur-transport.
"Vervoer in erbarmelijke omstandigheden (zuidpool)"
"Wat is het belangrijkste? De hand? De muis? De sleutel?"
"Het geheim van de grijze muis. Die een brand sticht zonder de dader te herkennen. De grijze muis glipt in een opengesneden laars, aangetrokken door het spek in de val - de laars is gevuld met stro. Lucifers en een wrijfvlak zijn bevestigd aan de slagboeg van de val.
De muis raakt de val aan, het stro ontbrandt en er ontstaat brand."
"Muis (opwindbaar)"
"3 keer sneller. Zo snel als een flits. Rolschaats. Turbine transportband."
In 1968 introduceert Reinecke ook de strik als motief. Mannen dragen strikken rond hun hals en vrouwen in hun haar. De strik sluit nauw aan bij haar reeks van Packungen, maar gaat een meer ornamenteel leven leiden. Het stempelen van bladen met een strikmotief verwijst naar een efemeer, situationeel werk, dat wordt gezien als een geschenk aan het publiek, maar tegelijkertijd zet ze ook de kunstmarkt onder druk door het werk een geldigheidsperiode van 8 maanden op te leggen. Kan een kunstwerk ophouden een kunstwerk te zijn? Het is een interessante performatieve tegenstrijdigheid. Reinecke was in die tijd strikt anti-kunstmarkt, ze brak zelfs met Jörg Immendorff, omdat ze elkaar beloofd hadden hun werk niet te vermarkten, en al tijdens de LIDL-periode had Immendorff stiekem een galeriehouder gevonden zonder haar dat te vertellen.
Haben Sie Zeit zum Lesen?, 1968
Het eerste wat me opviel aan het vroege werk van Chris Reinecke is de grote hoeveelheid tekst. Haar oeuvre is opgebouwd uit woorden van observatie, opgedaan inzicht en overtuiging. De vraag ‘heeft u tijd om te lezen’ is tweeledig, aan de ene kant is er letterlijk veel te lezen als je het engagement van Reinecke goed wilt begrijpen, aan de andere kant kan ‘lezen’ worden opgevat als een luxueus tijdverdrijf, als luiheid en een gebrek aan actie (cfr. La liseuse de romans van Antoine Wiertz uit 1853).
Voor haar performatieve objecten uit de jaren zestig maakt ze ‘voorschriften’ die bedoeld waren het publiek uit te nodigen te participeren aan het kunstwerk. Daarnaast bestudeerde en documenteerde ze ook de reacties van het publiek. Het gebruik van woorden zal ze tenslotte verder ontwikkelen in een reeks affiches.
Eind jaren zestig had Reinecke een job om den brode achter een computer, waar ze enkele dagen in de week 8 uur lang repetitief en breinloos werk verrichte. Dat inspireerde haar, onder andere tot ‘heeft u tijd om te lezen’. Het werk beschrijft de uitdrukking van een machine die afwisselend is ingesteld op een grof en fijn patroon van cirkels. De in woorden beschreven opeenvolging wordt onderbroken door pauzes voor waarneming (grijpen, horen, voelen, bewegen), die als creatieve momenten het productieve ritme begeleiden.
III Programm Veränderlich, 1969
Tijdens de actie Zeit und Arbeit (achtereenvolgens opgevoerd in Trier, Kopenhagen en Aachen, 1969) tekent Chris Reinecke 8 uur lang patronen met cirkels en lijnen. De monotone actie verbeeldt haar werkervaring op de computer, en het esthetische resultaat van lijntekeningen geeft het binaire ‘denken’ van een computer weer. Voor de derde actie, Programm III, maakt ze een weefsel van vlieseline en stroken inpakpapier, dat met koord wordt omwikkeld en als een net in de zaal wordt gespannen. Daaronder liggen vellen papier op de grond. Op het einde van het werkproces staat het de bezoekers vrij verder aan de slag te gaan. De acties zijn bedoeld als middel om te komen tot een kritische analyse van de arbeidsomstandigheden en de vraag of deze verenigbaar zijn met een creatief ontwerp.
Information No. 3. von Chris Reinecke , 1967
Krantje met een tekst van Chris Reinecke over haar eigen werk, Überlegungen zu meinen Machwerken, en een analyse van haar interactief werk telkens met een foto, de voorschriften en de reacties van het publiek.
Kaugummiplastik auf roter Bühne, 1970
In januari 1970 voert de Lidl-groep enkele niet geplande acties op tijdens de openbare generale repetities van Peter Weiss' Trotzki im Exil ter gelegenheid van de heropening van het Düsseldorfse Schauspielhaus. Tijdens een paneldiscussie over de betekenis van theater (24.1.1970) gaat Reinecke languit op het podium liggen en creëert een 'kauwgomsculptuur'.
Foto van de installatie tijdens Chris Reinecke: Cooperative, Galerie art intermedia (van Helmut Rywelski), Keulen, 6.10-1.11.1967
Met de Klima-Tisch wilde Chris Reinecke de bezoekers uitnodigen om na te denken over verantwoordelijkheid en zelfbeschikking. De boodschap was: maak je wereld zelf. De gebruiker van de tafel was in staat verschillende klimaten te simuleren via gekleurd licht (verlichting van kleurrijk geschilderde landschapspanelen), een ventilator (wind), een broodrooster (warmte), parfums en roomspray (geuren).
Na afloop van de presentatie beschrijft Reinecke naar gewoonte meticuleus de werking van de Klima-Tisch in één van haar protocollen. “Mensen volgden de regels niet, ze strooiden meel in de draaiende ventilator en namen het niet serieus. Ze wilden pronken als kleine kinderen.” Dat was niet het gewenste resultaat. De onverbiddelijke zelfkritiek en analyse van haar eigen werk is een uiting van de ernst waarmee Reinecke als kunstenaar te werk gaat. Langs de ene kant wil ze het concept van het werk openstellen, langs de andere kant denkt ze dat het gebruik van ‘voorschriften’ noodzakelijk is om tot nieuwe ervaringen te komen. Ze beschouwt de actie niet als mislukt, maar als een fase in het leerproces tussen de kunstenaar en de bezoekers van de tentoonstelling, waarvan het eindresultaat altijd een impuls is tot ‘veranderd handelen’. Al vertelde ze me achteraf dat vrouwelijke kunstenaars in die tijd hoe dan ook minder serieus werden genomen.
In het pamflet ‘KUNST MOET ZIJN’ reageert Reinecke op de recuperatie van de anti-attitude door de gevestigde orde. Na de mislukte opstand van 1968 wordt de ‘beweging’ gereduceerd tot individuen die de ‘revolutie’ inzetten op een voor hun opportune manier op weg naar succes. Op dit punt kwamen nieuwe perspectieven voor Reinecke niet langer voort uit de gepolitiseerde kunstscène, die zich heeft vastgebeten in concepten als progressiviteit en authenticiteit, maar uit het politieke werk aan de basis voor een democratische samenleving waarin de kunst haar elitaire pretenties verliest.
De getekende mannetjes in de kantlijn zitten in de lift naar boven, naar succes. Het mannetje met de hoed beeldt Joseph Beuys uit. Ze vertelde me dat de verspreiding van dit pamflet haar niet in dank werd afgenomen. “Wat heb je nu toch gedaan?!”, zou Immendorff hebben uitgeroepen, “dit is je doodvonnis.”
Minna Beuff - Selbsthilfe Frauen, 1970
Schaufenster-Plakat (etalage affiches) rond het thema Minna Beuff - Selbsthilfe Frauen
Vanaf het begin van 1970 opereerde Chris Reinecke binnen nieuw opgerichte platforms voor politieke agitatie; Büro Olympia, dat was voortgekomen uit de eerdere Lidl-activiteiten, Selbsthilfe Wohnen en de daaruit ontstane Mietersolidarität Düsseldorf. Reinecke zal zich nu volledig toeleggen op het ontwerpen van militante ‘affiches’ die worden opgehangen aan de uitstalramen van hun kantoor op de Neubrückstrasse. Ze zijn gemaakt in de stijl van de ROSTA-posters van de Russische dichter en kunstenaar Majakovski, handelend over actuele sociaal-politieke kwesties die draaien om machtsverhoudingen in de staat. Net als haar Russische voorbeeld, streeft Reinecke naar een hechte beeld-tekst combinatie. Tegenover de status quo van macht, geld en bezit, roept Reinecke op tot solidariteit. De beeldtaal is verwant aan de schilderijen van Jörg Immendorff uit die tijd, die later gemusealiseerd zullen worden als ‘agitprop’ schilderkunst.
Minna Beuff werd door Reinecke in het leven geroepen als een sterke, blonde vrouw met uitgesproken vrouwelijke vormen. Als een soort van superheld staat ze symbool voor de strijd van de vrouw voor autonomie en tegen maatschappelijk vastgeroeste normen. Op enkele tekeningen waarop Minna Beuff staat afgebeeld vallen ook haar stevige Buffalo-achtige schoenen op. Reinecke wilde met zo’n lompe schoenen provoceren tegen sportieve ambities, iets waar ze zich vandaag de dag nog meer aan stoort, maar wat begin jaren zeventig getriggerd werd door de nakende Olympische Spelen in München en het grove geld dat er tegenaan werd gesmeten. De sterke schoenen zijn ook gepast 48-uren schoeisel zijn voor bezettingen en marsen waarmee Minna Beuff over de hele wereld kan marcheren.
De door Chris Reinecke verwoordde bekommernissen in verband met woningnood, transport en scheefgelopen machtsverhoudingen klinken opvallend hedendaags.
Minna Beuff: Mischeis Trinken (Mietersolidarität)
Met het pamflet Mischeis Trinken zegt Chris Reinecke vaarwel aan haar collega’s van Büro Olympia en bij uitbreiding aan de hele kunstwereld. Minna Beuff (Reineck’s alter ego) koos de kant van de mensen die op de gang hun noedelsoep moeten opdrinken omdat ze met zovelen in één kamer wonen. Ze besluit hen te leren vechten tegen de mensen die hun de noedelsoep serveren terwijl ze zelf ‘Mischeis’ drinken.
Ordnung von Raumgegenständen in Blau und Rot, 1966
Tegen het einde van haar studies in 1965 maakt Chris Reinecke werken die zich veelal concentreren op de weergave van eenvoudige voorwerpen - zoals een appel, een theepot, een fauteuil - en hun ruimtelijke uitbreiding door schaduwen. Ze verlaat het tweedimensionale oppervlak van het doek en verkent de relatie tussen het object en de ruimte eromheen.
PACKUNG - weiblicher Körper, 1968
In 1967 begint Reinecke met een reeks Packungen, of ‘verpakkingen’ waarvan het centrale thema de relatie is van de visuele waarneming tot andere zintuiglijke vormen van waarneming, met name voelen en grijpen. De verpakking waarborgt de verrassing van een geschenk of beschermt bij transport. Veelal betreft het getekende of geschilderde afbeeldingen van vrouwelijke en mannelijke naakten op inpakpapier. De sensualiteit van de Umgebungskleider krijgt hier een meer erotische lading.
PACKUNG 2 - männliche Anatomie, 1968
In 1967 begint Reinecke met een reeks Packungen, of ‘verpakkingen’ waarvan het centrale thema de relatie is van de visuele waarneming tot andere zintuiglijke vormen van waarneming, met name voelen en grijpen. De verpakking waarborgt de verrassing van een geschenk of beschermt bij transport. Veelal betreft het getekende of geschilderde afbeeldingen van vrouwelijke en mannelijke naakten op inpakpapier. De sensualiteit van de Umgebungskleider krijgt hier een meer erotische lading.
In 1967 begint Reinecke met een reeks Packungen, of ‘verpakkingen’ waarvan het centrale thema de relatie is van de visuele waarneming tot andere zintuiglijke vormen van waarneming, met name voelen en grijpen. De verpakking waarborgt de verrassing van een geschenk of beschermt bij transport. Veelal betreft het getekende of geschilderde afbeeldingen van vrouwelijke en mannelijke naakten op inpakpapier. De sensualiteit van de Umgebungskleider krijgt hier een meer erotische lading.
Schutz gegen Anfassen maakt deel uit van een serie kleine werkjes op karton verborgen in met viltstift beschreven en toegestikte stukken jeansstof, gestempeld 'REINECKE' (1969-70). Naast 'bescherming tegen aanraking', komen volgende woorden terug in de reeks: 'doorbladeren, krassen, prikken, vouwen, kreuken, scheuren, invetten.' Alhoewel ze zorgvuldig gestikt, beschreven en bestempeld zijn door Chris Reinecke, ondermijnen deze stukjes stof elke vorm van artistieke virtuositeit. Dit werk trof mij als een concrete poëtische voorbode van de punk en de algemene verschuiving van auratische 'kunst-kan-de-wereld-veranderen'-idealen naar een ontnuchtering in een ruwe en triviale maatschappij. De uit de fenomenologie stammende sensualiteit die geleid had tot een interactieve kunstpraktijk was plots zo wijdverspreid en Reinecke merkte al in 1969 bij het publiek de vervelende neiging om alles zomaar aan te raken. Voor haar was de sensualiteit uitgewerkt en niet langer een afdoende methode voor sociale verandering.
Uit een interview met de kunstenaar, 22 januari 2021: “Ik was erg boos en ik wilde niet meer dat mensen iets aanraakten, wat zo in de mode was geraakt in de kunst. Het idee was om niet te zien en niet aan te raken. De stof is van een overhemd van Jörg Immendorff.”
Uitgaande van haar eigen lichaam, analyseert Chris Reinecke het heersende beeld van de vrouw in de maatschappij en de gedragspatronen die het gevolg zijn van de genderspecifieke perceptie. Het wandreliëf Selbstportrait is het begin van een intensieve verkenning die draait rond het thema van het lichaam en de zintuiglijke waarneming. Tegelijkertijd is dit Reinecke's eerste werk dat door de toeschouwer kan worden veranderd.
Het werk werd getoond op de 'actie-avond' Frisches in de woning van Chris Reinecke en haar toenmalige echtgenoot Jörg Immendorf in de Bankstrasse, Düsseldorf op 30 juli 1966. Met deelname van onder andere: Joseph Beuys, René Block, Christof Kohlhöfer, Charlotte Moorman, Nam June Paik, Verena Pfisterer, Reiner Ruthenbeck, Franz Erhard Walther en Jean-Pierre Wilhelm. Iedere deelnemer had een papiertje op zijn of haar schouder geplakt met de tekst 'Frisches', wat levendigheid, gezondheid en kracht betekend.
Sie haben die Macht (Mietersolidarität), 1970
Vanaf het begin van 1970 opereerde Chris Reinecke binnen nieuw opgerichte platforms voor politieke agitatie; Büro Olympia, dat was voortgekomen uit de eerdere Lidl-activiteiten, Selbsthilfe Wohnen en de daaruit ontstane Mietersolidarität Düsseldorf. Reinecke zal zich nu volledig toeleggen op het ontwerpen van militante ‘affiches’ die worden opgehangen aan de uitstalramen van hun kantoor op de Neubrückstrasse. Ze zijn gemaakt in de stijl van de ROSTA-posters van de Russische dichter en kunstenaar Majakovski, handelend over actuele sociaal-politieke kwesties die draaien om machtsverhoudingen in de staat. Net als haar Russische voorbeeld, streeft Reinecke naar een hechte beeld-tekst combinatie. Tegenover de status quo van macht, geld en bezit, roept Reinecke op tot solidariteit. De beeldtaal is verwant aan de schilderijen van Jörg Immendorff uit die tijd, die later gemusealiseerd zullen worden als ‘agitprop’ schilderkunst.
Tijdens de actie Zeit und Arbeit (achtereenvolgens opgevoerd in Trier, Kopenhagen en Aachen, 1969) tekent Chris Reinecke 8 uur lang patronen met cirkels en lijnen. De monotone actie verbeeldt haar werkervaring op de computer, en het esthetische resultaat van lijntekeningen geeft het binaire ‘denken’ van een computer weer. Voor de derde actie, Programm III, maakt ze een weefsel van vlieseline en stroken inpakpapier, dat met koord wordt omwikkeld en als een net in de zaal wordt gespannen. Daaronder liggen vellen papier op de grond. Op het einde van het werkproces staat het de bezoekers vrij verder aan de slag te gaan. De acties zijn bedoeld als middel om te komen tot een kritische analyse van de arbeidsomstandigheden en de vraag of deze verenigbaar zijn met een creatief ontwerp.